Polsbreuken

Een polsbreuk is één van de meest voorkomende botbreuken. In Nederland komen per jaar ongeveer 12.000 polsbreuken voor. Bij een polsbreuk is er een breuk van het spaakbeen, ellepijp of beide botten dichtbij het polsgewricht. Meestal is er sprake van een Colles-fractuur. Dat betekent dat het spaakbeen breekt bij de botjes die samen de pols vormen. Het spaakbeen is een bot in de onderarm, dat zich uitstrekt van de elleboog naar de pols aan de kant van de duim. De bovenkant van het spaakbeen is smal, en vormt slechts een klein gedeelte van het ellebooggewricht, de onderkant van het spaakbeen is breed en vormt het belangrijkste deel van het polsgewricht.

Soms betreft het alleen een scheurtje in het bot, maar het kan ook gebeuren dat botstukken ten opzichte van elkaar verschuiven. Als vuistregel geldt dat hoe groter de verplaatsing en hoe uitgebreider de breuk, hoe groter de schade is. Behalve letsel aan het bot is er ook altijd letsel van de zogeheten weke delen, zoals pezen, spieren en eventueel bloedvaten en zenuwen.

De oorzaak van het breken van dit bot is dat de mens van nature geneigd is, zijn val te breken door de armen uit te strekken. Bij een val zijn daardoor de armen en polsen erg kwetsbaar. Door het breken van het bot zwelt de pols op, wordt stijf en doet pijn. Kijk voor tips om een val te voorkomen bij veiligheid & valpreventie.

De behandeling van de breuk

Wanneer er geen belangrijke verplaatsing van het bot is, dan wordt alleen een gipsspalk aangelegd. Zijn de botstukken te veel verplaatst, dan moet de breuk worden “gezet” (teruggeplaatst). Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving door in het gebied van de breuk verdovingsvloeistof te spuiten. Deze verdoving werkt ongeveer een uur. Na het zetten van het bot wordt een gipsspalk aangelegd. Met een röntgenfoto wordt gecontroleerd of de botten weer in de juiste stand staan. In sommige gevallen blijken de botten niet netjes tegen elkaar aan te staan en kan een operatie nodig zijn waarbij de botten aan elkaar worden gezet. Meestal gebeurt dit met dunne metalen pennen die op lange spijkers lijken. De pennen steken door de huid in het bot en na het genezen van het bot worden ze weer verwijderd. Het aantal weken gips is afhankelijk van het soort breuk en varieert van 3 tot 6 weken.

De pijn na een botbreuk en/of operatie is in de meeste gevallen goed te onderdrukken met paracetamol. Mocht dit niet zo zijn, overleg dan met uw arts wat de mogelijkheden zijn. Houd de eerste dagen uw hand hoog met een draagdoek (mitella) om de zwelling rondom de breuk te verminderen. Als u geen pijn heeft bij het bewegen, mag u met uw vingers en uw hand doen wat het gips toelaat. Als u merkt dat de draagdoek niet meer nodig is en uw hand niet dik meer is, hoeft u deze niet meer te gebruiken. Dit is vaak al na 1 of 2 weken het geval. Daarnaast is het goed de elleboog en de schouder voldoende in beweging te houden. Ook hierbij geldt: het mag u geen pijn doen.

Het herstel van de breuk

Nadat het gips verwijderd is, kunt u zelf oefenen met het bewegen van uw pols. Het is belangrijk om dit dagelijks te doen. Krijgt u last van pijn en/of zwelling van de pols dan is dat een teken dat u het rustiger aan moet doen. Zware belasting van de pols (zoals bijvoorbeeld zwaar tillen) zult u de eerste paar weken nadat het gips is verwijderd moeten beperken. Komt u bij een fysiotherapeut, dan kan hij/zij u helpen om de omliggende spieren te versterken. Ook zult u bewegingsadvies en oefeningen krijgen, zodat uw pols weer optimaal gaat functioneren.

U moet er rekening mee houden dat u zeker meer dan 6 weken nodig heeft, voordat u de pols weer redelijk goed kunt gebruiken. Volledig normaal en pijnvrij gebruik van uw pols kan al met al wel 6 tot 12 maanden duren.